1. Wanneer bij een stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Is bij de tweede stemming niet duidelijk tussen welke twee personen de derde stemming zal gaan,dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
3. Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4
Artikel 33
Herstemming over personen
Onderdeel van Verordening inhoudende het reglement van orde voor de werkwijze van de gemeenteraad en de raadscommissies 2007