Onverminderd het in deze verordening bepaalde wordt bij de vaststellingsbeschikking van budgetsubsidies het volgende in acht genomen:
a. indien de subsidieontvanger de in de verleningsbeschikking opgenomen activiteiten realiseert tegen een hoger bedrag dan is verleend, dient de subsidieontvanger de extra kosten uit eigen middelen te dekken;
b. indien de subsidieontvanger meer werkzaamheden realiseert dan in de verleningsbeschikking is opgenomen, dient de subsidieontvanger de kosten van deze extra activiteiten uit eigen middelen te dekken
c. indien de subsidieontvanger minder werkzaamheden realiseert dan in de verleningsbeschikking is opgenomen, wordt bij de vaststelling van de subsidie uitgegaan van het niveau dat overeenkomt met het lagere prestatieniveau;
d. indien de subsidieontvanger, naar het oordeel van het college, naar aard en hoedanigheid andere activiteiten realiseert dan in de verleningsbeschikking is opgenomen, wordt bij de subsidievaststelling gehandeld overeenkomstig het bepaalde onder c;
e. de subsidieontvanger kan niet-bestede subsidies naar eigen inzicht aanwenden voor het verrichten van activiteiten ter verwezenlijking van zijn doelstelling of reserveren, zulks onverminderd het bepaalde in paragraaf 5 (Vermogensvorming).
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 10
Artikel 29
Subsidievaststelling bij budgetsubsidie
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Vlaardingen 2008