1. Indien de bestuursrechtelijke geldschuld betrekking heeft op ten onrechte of teveel verstrekte periodieke bijstand o.g.v. de WWB of inkomensvoorziening o.g.v. de WIJ die binnen het relevante fiscale jaar niet of niet geheel is/wordt afgelost, wordt deze of het restant daarvan vastgesteld op het aan de schuldenaar uitgekeerde bedrag verhoogd met de daarover afgedragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke premie o.g.v. de Zorgverzekeringswet, voor zover die loonbelasting en premies niet verrekend zijn of konden worden met de Belastingdienst.
2. Toepassing van het eerste lid blijft achterwege indien sprake is van een geldschuld die is ontstaan buiten toedoen van de schuldenaar en hem niet kan worden verweten dat hij de geldschuld niet al heeft voldaan:
a. in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, of
b. in het jaar van oplegging.
Hoofdstuk II › Afdeling 1
Artikel 6
Brutering van de geldschuld o.g.v. de WWB of de WIJ
Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en verhaal SZW 2009