De inkomensgrens waarboven een auto, met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 26 van de Verordening, bedraagt voor:
a. ongehuwde personen jonger dan 65 jaar € 26.703,00;
b. ongehuwde personen van 65 jaar of ouder € 23.435,00;
c. gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65 jaar € 31.535,00;
d. gehuwden personen die beide 65 jaar of ouder zijn € 30.060,00.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Financieel besluit Maatschappelijke Ondersteuning NWN 2010