Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget (o.m. ernstige schuldenproblematiek, medische of psychisch-sociale problemen);
b. reeds eerder op grond van de Verordening een persoonsgebonden budget is verstrekt en deze op grond van artikel 37 en 38 van de Verordening is ingetrokken en/of teruggevorderd, tenzij tijdens onderzoek duidelijk is geworden dat de aanvrager deze problemen met het omgaan met een persoonsgebonden budget niet meer zal hebben. Verstrekking als persoonsgebonden budget bij woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen vindt niet plaats indien uit onderzoek duidelijk is geworden dat een voorziening niet langdurig adequaat is. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt in alle gevallen plaats binnen 3 maanden na afloop van de verstrekking dan wel binnen 6 weken na afloop van elk kwartaal.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Regels rond verstrekking en verantwoording
Onderdeel van Financieel besluit Maatschappelijke Ondersteuning NWN 2010