Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieverordening Monumenten Vlaardingen 2000

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder 1. beschermd gemeentelijk monument: monument dat ingevolge de  monumentenverordening Vlaardingen 2000 als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen: hiertoe behoren ook de gemeentelijke archeologische monumenten; 2. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat te ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet vastgestelde registers 3. eigenaar: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een gemeentelijk monument, dan wel krachtens persoonlijk recht het genot heeft van een gemeentelijk monument; 4. monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie, met als taak het college ven burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigener beweging te adviseren over onder andere de toepassing van de Monumentenwet 1988 en de Monumentenverordening Vlaardingen 2000 en de uitvoering van het monumentenbeleid; 5. onderhoud: periodieke werkzaamheden noodzakelijk om een (gemeentelijk) monument in goede staat te houden c.q. in de bestaande staat te conserveren en/of toekomstige restauraties te voorkomen of te verminderen; 6. subsidiabele onderhoudskosten: kosten die ingevolge deze verordening voor subsidie in aanmerking komen (gebruik wordt gemaakt van de "Leidraad subsidiabele onderhoudskosten", welke leidraad voor de toepassing van bepalingen uit deze verordening daarvan integraal deel uitmaakt). 7. leidraad subsidiabele onderhoudskosten: Leidraad behorende bij de rijkssubsidieregeling Besluit rijkssubsidiering onderhoud monumenten. 8. monumentenwacht: de Regionale Stichting Monumentenwacht aangesloten bij de Stichting Federatie Monumentenwacht Nederland.

Rechtspraak bij dit artikel