1. Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op aanvragen om toekenning van een subsidie in elk geval rekening met:
a. de cultuurhistorische waarde van het monument;
b. de bouwtechnische en uiterlijke staat van het monument, mede in relatie tot zijn omgeving;
c. het huidige en toekomstige gebruik van het monument;
d. de wijze van exploitatie van het monument.
2. Burgemeester en wethouders kunnen, indien dat in het belang van de Monumentenzorg nodig is aanvullende planbeoordelingscriteria opleggen
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Algemene planbeoordelingscriteria
Onderdeel van Subsidieverordening Monumenten Vlaardingen 2000