1. burgemeester en wethouders beslissen over een subsidie-aanvraag, nadat zij de monumentencommissie hebben gehoord;
2. De subsidie wordt door het college verdeeld door middel van een kwalitatieve selectie (het tenderssysteem);
3. de toekenning van subsidie door het college van burgemeester en wethouders is een subsidie-reservering die wordt vastgelegd In een beschikking;
4. burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van de subsidie voorwaarden verbinden;
5. burgemeester en wethouders kennen slechts bijdragen op grond van deze verordening toe voorzover de begrote financiële middelen in enig jaar toereikend zijn;
6. wanneer in enig jaar de begrote financiële middelen door burgemeester en wethouders door subsidiebeschikkingen zijn uitgeput, treedt deze verordening voor de rest van dat jaar buiten werking;
7. de aanvragen die. gelet op het beschikbare budget, niet kunnen worden gehonoreerd, kunnen met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar wederom worden ingediend, indien de weigering uitsluitend is gebaseerd op een onvoldoende budget;
8. de aanvragen bedoelt in lid 6 worden behandeld naar volgorde van binnenkomst en kunnen het daaropvolgende jaar maximaal voor een kwart van het beschikbare budget in aanmerking komen;
9. aan monumenten welke in eigendom zijn van de gemeente wordt geen subsidie verstrekt op basis van deze verordening;
10. een aanvrager komt niet voor een subsidie in aanmerking indien uit het subsidieverzoek blijkt dat de subsidiabele onderhoudskosten minder dan f2.203,70 of € 1.00,- bedragen.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Subsidieverstrekking
Onderdeel van Subsidieverordening Monumenten Vlaardingen 2000