Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening Sociaal Cultureel Fonds Vlaardingen 2010

1. De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt: a. per inwoner: maximaal € 82 per kalenderjaar; b. per kind van 4 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar: maximaal € 300 per kalenderjaar; c. per kind van 12 jaar of ouder maar jonger dan 18 jaar: maximaal € 480 per kalenderjaar. 2. Op de maximumbedragen, genoemd in het eerste lid, worden voor het kalenderjaar 2010 de subsidies, die met betrekking tot 2010 zijn verstrekt op grond van de Subsidieverordening Sociaal Cultureel Fonds Vlaardingen 2006, in mindering gebracht. 3. Tot de activiteiten waarvoor de maximumbedragen, genoemd in het eerste lid, gelden, worden niet gerekend: a. het gebruik van de peuterspeelzaal, en b. het gebruik van een computer met internetaansluiting voor de inwoner met een kind van 12 jaar of ouder maar jonger dan 18 jaar. 4. De subsidie voor het gebruik van de peuterspeelzaal, bedoeld in het derde lid, is gelijk aan de ouderbijdrage die de inwoner verschuldigd is, maar bedraagt ten hoogste de ouderbijdrage die voor twee dagdelen per week geldt. 5. De subsidie voor het gebruik van een computer met internetaansluiting voor de inwoner met een kind van 12 jaar of ouder maar jonger dan 18 jaar, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld op de abonnementskosten die de inwoner voor de internetaansluiting verschuldigd is, maar bedraagt ten hoogste € 200 per kalenderjaar. 6. Op de subsidie, bedoeld in het vijfde lid, wordt voor het kalenderjaar 2010 in mindering gebracht de bijzondere bijstand die reeds voor dit doel aan de inwoner is verstrekt, voor zover die bijstand betrekking heeft op het kalenderjaar 2010. 7. Het college kan de bedragen, genoemd in de voorgaande leden, jaarlijks aanpassen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel