Het havengeld wordt niet geheven ter zake van:
a. het gebruik van de haven ter zake waarvan zeehavengeld
of binnenhavengeld wordt geheven;
b. vaartuigen in directe dienst van gemeenten of andere
openbare lichamen;
c. vaartuigen van ondergeschikte betekenis, zoals roeiboten
en kano's;
d. woonschepen als bedoeld in artikel 88 Huisvestingswet;
e. vaartuigen waarvan het gebruik van de haven zich
uitsluitend beperkt tot een doorvaart tussen de Nieuwe
Maas en de Vlaardingse Vaart of omgekeerd dan wel van
of naar een verhuurd wateroppervlak in de haven;
f. het gebruik van de haven waarvoor bij overeenkomst een
vergoeding is bedongen.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening Havengeld pleziervaartuigen, zeilende bedrijfsvaartuigen en historische schepen 2010