Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2.48

Hinderlijk gebruik van drank of softdrugs

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2010

1. Het is verboden op een openbare plaats die deel uit maakt van een door het college aangewezen gebied alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. Een terras dat hoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. De plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. 3. Het is verboden op een openbare plaats softdrugs te gebruiken of openlijk softdrugs voorhanden te hebben. 4. Het bepaalde in het derde lid geldt niet voor door het college aangewezen openbare plaatsen. 5. Onder softdrugs worden verstaan: de middelen genoemd in lijst II onder b, behorende bij de Opiumwet. 6. Het is verboden op of aan de weg of op het openbaar water, dan wel in een voor het publiek toegankelijk gebouw, alcoholhoudende drank te nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.

Rechtspraak bij dit artikel