1. Ingezetenen van de gemeente met een Wsw-indicatie komen in aanmerking voor een dienstbetrekking in het kader van de wet volgens de volgorde van hun plaats op de wachtlijst, waarbij de datum van de indicatiebeschikking bepalend is voor de plaatsing.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden de volgende groepen geïndiceerden op de wachtlijst met voorrang aangesteld in een dienstbetrekking met de volgende prioritering:
a)personen met een Wajong-uitkering die niet reeds in een voortraject bij TBV werkzaam zijn;
b)personen tot en met 27 jaar zonder Wajong-uitkering die niet reeds bij TBV werkzaam zijn in een voortraject;
c) personen die geschikt zijn om extern geplaatst te worden hetzij via een detachering hetzij via Begeleid Werken;
d)personen die in het kader van een voortraject reeds werkzaam zijn bij of via TBV.
3. Binnen de groepen genoemd onder a, b. en c. is de datum van de indicatiebeschikking bepalend voor de volgorde van plaatsing.
4. Binnen de groep genoemd onder d. is de datum van afloop van het voortraject bepalend voor de volgorde van plaatsing.
5. Wanneer er zich bij TBV een vacature voordoet waarvan de invulling naar het oordeel van het college van belang is voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en daarmee voor de goede uitvoering van de wet, komt in afwijking van het bepaalde in lid 1 en lid 2 de langst wachtende geschikte persoon van de wachtlijst in aanmerking voor een dienstbetrekking in het kader van de wet
6. Personen die langer dan twee jaar op de wachtlijst staan komen afwisselend om en om met personen vallend onder artikel 2, lid 2 in aanmerking voor een dienstbetrekking in het kader van de wet.