1. Het college beziet jaarlijks bij de begroting of het actualiseren van
de beheerplannen (kades en glooiingen, groenvoorzieningen, waterbodems,
wegen, civieltechnische kunstwerken, straatreinigingsplan, baggerplan en
speelruimteplan) openbare ruimte noodzakelijk is. Deze beheerplannen
geven het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde
onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en
straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig
budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden nadat de
nota is aangeboden.
2. Het college beziet ten minste eens in de vier jaar of het
actualiseren van de vigerende nota rioleringsplan noodzakelijk is. De
nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het
beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering alsmede de
kwaliteit van het milieu en eveneens de normkostensystematiek en het
meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden
nadat de nota is aangeboden.
3. Het college beziet jaarlijks of de vigerende nota onderhoud gebouwen
geactualiseerd moet worden en biedt deze alsdan aan ter behandeling en
vaststelling door de raad. De nota bevat de voorstellen voor het te
plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen
en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.
De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden nadat de nota is
aangeboden.
4. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande
onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan openbaar groen,
water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering, gebouwen.
Titeldeel 3
Artikel 18