De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm.
In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand of de langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald.
Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk binnen drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.
Indien het effectueren van een maatregel als bedoeld in het eerste lid van dit artikel niet mogelijk is, wordt deze maatregel alsnog opgelegd gedurende de eerstvolgende maand(en) nadat de belanghebbende binnen een jaar na de beëindigingdatum van de uitkering opnieuw een uitkering ingevolge de wet is toegekend. De termijn van een jaar vangt aan op de verzenddatum van de beëindigingbeschikking.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Verordening Maatregelen Wet Werk en Bijstand