Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende
aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op
belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.
Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunningen
voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang
van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in
het belang van een goede verdeling van de beschikbare
parkeerplaatsen.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels vast te
stellen met betrekking tot het aanvragen en verlenen van een
vergunning als bedoeld in het eerste lid.
Afdeling 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen (Parkeerverordening)