Naar hoofdinhoud

Afdeling 3

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen (Parkeerverordening)

Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: zonder vergunning zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de parkeerkaart in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen Het is niet toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden waarop het parkeren op deze plaatsen slechts is toegestaan na het voldoen ‘aan de belastingplicht’. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel. Een ontheffing als bedoeld in het derde lid kan worden geweigerd in het belang van een goede verdeling en een doelmatig gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels vast te stellen met betrekking tot het aanvragen en verlenen van een ontheffing als bedoeld in het derde lid.

Rechtspraak bij dit artikel