1. Het is verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin:
a. meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn, anders dan in een één- of meergezinshuis;
b. aan meer dan vier tien personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;
c. aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan tien lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten dagverblijf zal worden verschaft.
d. bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen met een ander al dan niet tegen vergoeding, worden verricht, voor zover in het bouwwerk vijf of meer verblijfsruimten aanwezig kunnen zijn.
e. installatietechnische voorzieningen, zoals een rook- en warmte-afvoerinstallatie of een sprinklerinstallatie, zijn aangebracht voor het realiseren van gelijkwaardigheid.
Toelichting
Gelijkwaardigheid op basis van het gebruik
In het Bouwbesluit zijn geen prestatie-eisen gegeven voor het bouwen van grote bouwcompartimenten. Toch is daar veel behoefte aan. In opdracht van het ministerie van BZK is het brandbeveiligingsconcept “Beheersbaarheid van brand” geschreven. In het rekenmodel wat hierbij wordt gehanteerd, wordt een relatie gelegd tussen de maximale vuurbelasting welke in het gebouw aanwezig kan zijn, de aanwezige brandbeveiligingsinstallaties en de omvang van het brandcompartiment. Het ministerie van BZK heeft de gemeente verzocht dit brandbeveiligingsconcept te hanteren als een oplossing met een gelijkwaardige veiligheid aan brandcompartimenten tot 1000m2. Dit is het zogenaamde gelijkwaardigheidsbeginsel in het bouwbesluit.
Daarnaast kunnen er brandbeveiligingsinstallaties voorkomen welke zijn aangebracht in de periode van voor de methode beheersbaarheid van brand. In deze situatie is in de bouwaanvraag een relatie gelegd tussen de bouwconstructie met de brandveiligheidsvoorzieningen en het gebruik van het gebouw.
Indien het gebruik van het gebouw wijzigt, kan de beheersbaarheid van een eventuele brand in het gebouw in het geding komen. De opgegeven inhoud van het gebouw, welke als uitgangspunt is genomen voor het ontwerpen van deze installaties en de aard en omvang van de installaties moeten in de gebruiksvergunning worden opgenomen. De gebruiksvergunning is daarmee de basis voor de toetsing en de handhaving.
Gelijkwaardigheid niet op basis van het gebruik
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie waarbij de brandwerendheid van een brandcompartimentsscheiding niet bouwkundig maar door een sprinkler, installatietechnisch wordt gerealiseerd.
Dit lid is niet van toepassing op de gelijkwaardigheidsituatie waarbij woningen voorzien worden van brandmelders.
2. Burgemeester en wethouders kunnen aan de gebruiksvergunning slechts voorwaarden verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken
van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand.
3. Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.1
Vergunning gebruik bouwwerk
Onderdeel van Bouwverordening 2007