De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
niet binnen een bij de verlening van de vergunning door burgemeester en wethouders te bepalen termijn van de vergunning gebruik wordt gemaakt;
de vergunninghouder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.
De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 14
intrekken van de vergunning
Onderdeel van Monumentenverordening Kampen 2002