De persoon, aan wie door het college een voorziening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken.
De persoon die gebruik maakt van een voorziening, is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening en de hierop gebaseerde uitvoeringsbesluiten van het college, alsmede aan de specifieke verplichtingen die het college aan de voorziening heeft verbonden.
Indien de uitkeringsgerechtigde die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de uitkering verlagen met inachtneming van het bepaalde in de Maatregelenverordening.
Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening, dan wel de subsidie, geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Het college kan, naast de verplichtingen die op grond van hoofdstuk 2 aan het recht op bijstand verbonden zijn of kunnen worden, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid van wet, aan de belanghebbende bepaalde andere verplichtingen opleggen die strekken tot arbeidsinschakeling, dan wel die verband houden met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand of die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstand. Een nadere verplichting kan, op advies van een arts, inhouden het zich onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard.
Paragraaf 2
Artikel 5
Verplichtingen van degene die gebruik maakt van een voorziening
Onderdeel van Verordening Werk en Bijstand gemeente Kampen