Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren Vlaardingen

1. De toeslag, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet, bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2. De toeslag, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet, bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; 3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de toeslag 20 procent indien de jongere a. een zorgbehoefte heeft en wordt verzorgd door een ander die zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft, of b. een ander die een zorgbehoefte heeft verzorgt en zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 4. De toeslag, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet, bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de structureel adresloze alleenstaande of alleenstaande ouder die tenminste 17 nachten per maand in een erkende instelling voor dak- en thuislozen verblijft;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel