1. De verlaging, bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben;
2. In afwijking van het eerste lid wordt de norm niet verlaagd indien:
a. de gehuwden een zorgbehoefte hebben en worden verzorgd door een ander die zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft,
b. de gehuwden een ander die een zorgbehoefte heeft verzorgen en hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben, of
c. uitsluitend één of meer kinderen jonger dan 21 jaar hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als belanghebbende, dan wel één of meer kinderen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als belanghebbende en deze kinderen onderwijs of een beroepsopleiding volgen als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.