1. Het bestuursorgaan, het hoofd of de directeur stelt de raad op een zodanig tijdstip in de gelegenheid advies uit te brengen dat een daadwerkelijke invloed op de besluitvorming mogelijk is.
2. Alle adviezen die door de raad schriftelijk zijn verstrekt, worden door het geadviseerde bestuursorgaan, het hoofd of de directeur beoordeeld. Deze verzorgt een schriftelijke met redenen omklede reactie.
3. Indien de raad zich niet kan verenigen met het standpunt van het geadviseerde bestuursorgaan, het hoofd of de directeur maakt de raad dit gemotiveerd en schriftelijk aan hem kenbaar.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Advisering door de raad
Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid Vlaardingen 2009