1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden gevestigd.
2. Het college kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels stellen.
3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; onder het beperken van overlast wordt tevens verstaan een door het college te hanteren maximumstelsel voor vergunningverlening.
4. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden ingetrokken indien:
a. door de vergunninghouder tenminste een jaar lang geen vuurwerk wordt afgeleverd of verkocht.
b. onvoorziene situaties of wijzigingen van regelgeving dit noodzakelijk maken;
c. bij verhuizing van het bedrijf waarvoor de vergunning is afgegeven.
5. De vergunning, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van één jaar.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 13
Artikel 2.85
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2009