Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2.64

Verboden drankgebruik

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2009

1. Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te gebruiken indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 2. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van de navolgende gebieden, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben: a. elk gebied binnen een straal van 100 meter rond een station, bushalte of een taxistandplaats; b. winkelcentra, parkeergarages en overkappingen, alsmede het gebied dat om een dergelijk object is gelegen, te weten het gebied binnen een afstand van 50 meter van de buitenste grenzen van dat object; c. onder bruggen, viaducten en in tunnels, alsmede het gebied binnen een straal van 10 meter van de buitenste grenzen van dat object; d. andere door het college aangewezen gebieden. 3. Het is verboden alcoholhoudende drank te gebruiken of al dan niet aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben op schoolpleinen, kinderspeelplaatsen, speelvelden, delen van de weg waarop kinderstraatmeubilair is geplaatst, zandbakken, trapvelden en hangplekken. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor: a. een terras dat deel uit maakt van een inrichting, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 5. De burgemeester kan in een vergunning als bedoeld in artikel 2.27, lid 1, of in een vergunning als bedoeld in artikel 2.29, lid 2, onder door hem te stellen voorwaarden ontheffing verlenen van het in het eerste of in het tweede lid gestelde verbod.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel