1. Het is de exploitant of leidinggevende van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, onder a, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 07.00 uur.
2. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waarin voor de daarin gevestigde horecabedrijven als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, onder a, of voor een daartoe behorend terras, andere sluitingstijden gelden.
3. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf.
4. De burgemeester kan aan een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, onder a, maximaal zes keer per jaar een ontheffing verlenen van de in het eerste, tweede en derde lid genoemde sluitingstijden ten behoeve van een incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4.1. De burgemeester kan de ontheffing weigeren indien naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze door de afwijking van de sluitingstijden nadelig wordt beïnvloed, alsmede indien de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politiecapaciteit een zijns inziens onevenredig beroep op de beschikbare formatie doet.
5. Het in het eerst, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2.41
Sluitingstijden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2009