1. Een persoon als bedoeld in artikel 1, sub h van de Verordening kan voor de in artikel 9 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
a. objectief aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
b. objectief aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek bij het uitvoeren van de mantelzorg het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.
2. Een persoon als bedoeld in artikel 1, sub h van de Verordening kan voor de in artikel 9 onder b. en c. vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als
a. de in het eerste lid genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt of
b. niet beschikbaar is.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Primaat van de algemene hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2008