Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 21

Uitsluitingsgronden

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2008

De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: a. de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond; b. de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; c. de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder g, onder 5 en 6 van de Wet of de aanvrager reeds een huurcontract of voorlopig koopcontract heeft getekend voorafgaand aan de datum waarop beschikt is op de aanvraag, tenzij het college hiervoor schriftelijk toestemming heeft verleend; d. deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; e. de aanvrager verhuist op het moment dat op basis van onder meer leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie, de verhuizing ook zonder de beperking algemeen gebruikelijk zou zijn geacht; f. de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel