Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de Wet kan voor de in artikel 23, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer objectief aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 23, onder a onmogelijk maken.
Hoofdstuk 5
Artikel 25
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2008