Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Bomenverordening Vlaardingen 2005

1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk Bomenfonds op basis van nader door het college te stellen regels. 3. De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 9 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de artikel 1 genoemde minimum maat. 4. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 5. Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien wordt voldaan aan een of meer van de onderstaande bij de vergunning aan te geven voorwaarden: a. andere vergunningen zijn verleend; of b. andere ruimtelijke ordeningsprocedures zijn doorlopen; of c. de vergunningen of procedures bedoeld onder a. of. b. van dit lid zijn onherroepelijk zijn geworden; of d. de feitelijke en financiële voortgang van de werken is voldoende gewaarborgd. 6. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoren aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. 7. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel