Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 15

Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010

1. De rechten bedoeld in Hoofdstuk 2 van de tarie­venta­bel zijn verschul­digd bij het begin van het belasting­jaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belasting­plicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belas­tingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande, dat de maand waarin de belastingplicht na de vijftiende van de maand is ontstaan niet in de heffing wordt betrokken. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belas­ting­plicht, nog volle kalen­d­e­r­m­a­a­n­den overblijven, met dien verstande, dat de maand waarin de belastingplicht voor of op de vijftiende van de maand is geëindigd, eveneens in de ontheffing wordt betrokken. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

Rechtspraak bij dit artikel