Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010

1. De belasting, bedoeld in Hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, is verschul­digd bij het begin van het belas­tingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belas­tingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belas­tingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande, dat de maand waarin de belastingplicht na de vijftiende van de maand is ontstaan, niet in de heffing wordt betrokken. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belasting­jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaal­fde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belas­ting als er in dat jaar, na het einde van de belas­tingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande, dat de maand waarin de belastingplicht voor of op de vijftiende van de maand is geëindigd, eveneens in de ontheffing wordt betrokken. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepas­sing indien de belastingplichtige binnen de gemeente ver­huist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

Rechtspraak bij dit artikel