Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Instructie voor de leerplichtambtenaar

In deze regeling wordt verstaan onder: a. ambtenaar: de leerplichtambtenaar, bedoeld in artikel 16 van de Leerplichtwet 1969 (Staatsbesluit 1994, 225); b. directeur: degene die met de leiding van de school of de instelling is belast; c. leerplichtige danwel partieel leerplichtige leerling: de leerling als bedoeld in de Leerplichtwet 1969; d. school: 1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere dagschool voor basisonderwijs, een dagschool voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs; 2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs; 3. een andere dagschool, die wat de inrichting van het onderwijs en de bevoegdheden van de leraren betreft, overeenkomt met een van de onder 1. bedoelde scholen; 4. een andere krachtens artikel 1a, sub a, van de Leerplichtwet 1969 voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling. e. instelling: 1. een krachtens artikel 1.3.1 en 1.3.2 van de Wet Educatie en beroepsonderwijs omschreven instelling; 2. een andere krachtens artikel 1a, sub b, van de Leerplichtwet 1969 voor de toepassing van deze instelling aangewezen cursus of instelling, waar onderwijs of vorming wordt gegeven; f. de wet: de Leerplichtwet 1969, zoals gewijzigd is bij Staatsblad 1994, 255 en in werking is getreden bij Staadsblad 1994, 469, 1 augustus 1994; g. leerplichtigen: de jongere die krachtens de Leerplichtwet (partieel) leerplichtig is. De leerplicht vangt aan op de eerste maand volgend op de 5e verjaardag en eindigt op 31 juli van het jaar waarin de leerling 16 jaar is geworden. Daarna is de jongere nog één jaar partieel leerplichtig.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel