4.1 Indien een kennisgeving van (ongeoorloofd) schoolverzuim is ontvangen, stelt de ambtenaar vanwege burgemeester en wethouders een onderzoek in en legt hiervan een dossier aan. Ouders/verzorgers worden gehoord en in de gelegenheid gesteld om nadere uitleg over het verzuim te geven. De ambtenaar tracht hen er toe te bewegen hun verplichtingen na te komen. Van het onderhoud met de in artikel 2, lid 1 Leerplichtwet bedoelde personen maakt de ambtenaar een verslag.
4.2 Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, kan de jongere ook persoonlijk op het schoolverzuim aangesproken worden. De ambtenaar stelt de jongere in de gelegenheid om nader uitleg over het verzuim te geven en tracht hem ertoe te bewegen zijn verplichtingen na te komen. Van het onderhoud met de jongere maakt de ambtenaar een verslag.
4.3 Elk verzuim dient schriftelijk afgehandeld te worden binnen een redelijke termijn. Deze ‘redelijke’ termijn wordt bepaald door de aard van de problematiek.
4.4 In de door hem te bepalen gevallen wordt door de ambtenaar huisbezoek afgelegd.
4.5 Zonodig raadpleegt de ambtenaar één of meer aangewezen diensten of instellingen als genoemd in artikel 11 van deze instructie.
4.6 Blijkt aan de ambtenaar dat de in artikel 2, lid 1, van de wet bedoelde ouders/verzorgers niet zorgen dat de leerplichtige jongere de school geregeld bezoekt, zonder dat de jongere op grond van een vrijstellingsartikel van deze verplichting is vrijgesteld, dan zendt hij proces-verbaal (van bevindingen) aan de Officier van Justitie.
4.7 In, door de ambtenaar te bepalen, lichtere gevallen kan de ambtenaar besluiten tot het geven van één of meerdere waarschuwingen alvorens proces-verbaal wordt opgemaakt.
4.8 Indien blijkt dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, weigert de verplichting als bedoeld in artikel 22, lid 3 van de wet na te komen, zendt de ambtenaar het proces-verbaal van zijn bevindingen aan de Officier van Justitie.
4.9 Indien naar het oordeel van de ambtenaar de jongere in aanmerking komt voor een Halt-afdoening, wordt na overleg met de Officier van Justitie de jongere naar bureau Halt verwezen. Wanneer naar het oordeel van de ambtenaar de jongere onvoldoende heeft meegewerkt aan de Halt-afdoening, wordt het proces-verbaal alsnog naar de Officier van Justitie verzonden.
4.10 Over de afwikkeling van de verzuimkwestie worden de ouders/verzorgers en de betrokken school of instelling schriftelijk door de ambtenaar geïnformeerd.
4.11 In het kader van artikel 21 van de wet dient de directeur van de school de ambtenaar in de woongemeente van de jongere in kennis te stellen in geval er sprake is van verzuim van drie opeenvolgende schooldagen of indien dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken van meer dan 1/8 deel van de les- of praktijktijd is geweest.
Wanneer de mate van verzuim zorgwekkend lijkt te zijn/worden (bijv. onduidelijk, regelmatig ziekteverzuim) wordt dit eveneens gemeld aan de ambtenaar, dit in het kader van de maatschappelijke zorgtaak.
4.12 Met de directies van scholen in de regio zijn/worden afspraken gemaakt over de wettelijke verplichte aanmeldingen van in- en afschrijvingen.
4.13 Zodra de ambtenaar kennis neemt van schoolverzuim dat niet door de school gemeld is, stelt hij een onderzoek in naar de reden waarom de school het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt een directeur van een school onwillig of nalatig in het nakomen van de verplichting genoemd in artikel 4.11 van deze instructie, dan zendt de ambtenaar proces-verbaal (van bevindingen) naar de Officier van Justitie.
4.14 In, door de ambtenaar te bepalen, lichtere gevallen kan de ambtenaar besluiten tot het geven van een waarschuwing alvorens proces-verbaal op te maken.
Artikel 4
Relatief schoolverzuim (artikel 19 en artikel 22 van de Leerplichtwet 1969)
Onderdeel van Instructie voor de leerplichtambtenaar