Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 16

Ligplaatsvergunning pleziervaartuigen

Onderdeel van Binnenhavenverordening Vlaardingen 2010

1. Het college beslist op een aanvraag ligplaatsvergunning pleziervaartuigen binnen zes weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen; 2. Een ligplaatsvergunning kan worden geweigerd: a. indien de aanvrager - naar het oordeel van het college - niet beschikt over een pleziervaartuig zoals is omschreven in artikel 1, onder b; b. in verband met een veilige ordening van vaartuigen binnen het binnenhavengebied; c. indien het pleziervaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land of voor het beheer van de oever; d. in verband met de veiligheid van het pleziervaartuig of van de omgeving; e. indien het uiterlijk van het pleziervaartuig – naar het oordeel van het college – afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; f. indien het aannemelijk is dat het pleziervaartuig zal worden gebruikt voor een ander doel dan voor recreatieve doeleinden; g. indien de aanvraag niet in overeenstemming is met de door het college vastgestelde nadere regels. 3. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de aanvrager en vermeldt in ieder geval de naam en/of de kenmerken van het vaartuig. 4. Van de ligplaatsvergunning mag geen gebruik worden gemaakt met een ander vaartuig dan waarvoor vergunning is verleend. 5. De ligplaatsvergunning is niet overdraagbaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel