1. Het college beslist op een aanvraag vaste ligplaatsvergunning woninggebonden pleziervaartuigen binnen zes weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
2. Een vaste ligplaatsvergunning kan worden geweigerd:
a. indien voor de ligplaats al vergunning is verleend;
b. indien het pleziervaartuig, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, naar het oordeel van het college, niet hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de recreatie;
c. indien de aanvrager niet de bewoner is van het pand behorende bij de steiger waarvoor de vaste ligplaatsvergunning wordt gevraagd;
d. indien het pleziervaartuig langer is dan 7 meter en/of breder dan 3 meter;
e. in verband met een veilige ordening van vaartuigen binnen het binnenhavengebied;
f. indien het pleziervaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land of voor het beheer van de oever;
g. in verband met de veiligheid van het pleziervaartuig of van de omgeving;
h. indien het uiterlijk van het pleziervaartuig – naar het oordeel van het college – afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
i. indien het aannemelijk is dat het pleziervaartuig zal worden gebruikt voor een ander doel dan voor recreatieve doeleinden;
j. indien de aanvraag niet in overeenstemming is met de door burgemeester en wethouders vastgestelde voorschriften.
3. De vaste ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het vaartuig en vermeldt in ieder geval de naam en/of de kenmerken van het vaartuig, de lengte van het pleziervaartuig en het bij de steiger behorende pand.
4. De vaste ligplaatsvergunning geeft recht op gebruik van het openbaar water langs de steiger met een lengte van 7 meter en een breedte van 3 meter.
5. Van de vaste ligplaatsvergunning mag geen gebruik worden gemaakt met een ander pleziervaartuig dan waarvoor vergunning is verleend tenzij:
a. een/de bewoner van het pand eigenaar is van een ander pleziervaartuig en een aanvraag voor medegebruik van de vaste ligplaats heeft ingediend;
b. deze aanvraag niet kan worden geweigerd op grond van de criteria genoemd in lid 2, onder b tot en met j.
6. Het is verboden met meer dan één pleziervaartuig gelijktijdig gebruik te maken van de vaste ligplaatsvergunning.
7. De vaste ligplaatsvergunning is niet overdraagbaar.
Paragraaf 6
Artikel 30
Vaste ligplaatsvergunning woninggebonden pleziervaartuigen
Onderdeel van Binnenhavenverordening Vlaardingen 2010