1. Het college kan in bijzondere omstandigheden schriftelijk ontheffing verlenen van de verboden vervat in deze verordening of van het verbod vervat in het bij of krachtens deze verordening gestelde, met dien verstande dat de ontheffing voor maximaal zes maanden wordt verleend.
2. Het college beslist omtrent een aanvraag om ontheffing binnen drie maanden na de dag, waarop de aanvraag is ontvangen.
3. Het college kan in bijzondere omstandigheden mondeling ontheffing verlenen van de verboden vervat in deze verordening of van het verbod vervat in het bij of krachtens deze verordening gestelde indien de ontheffing betrekking heeft op een spoedeisend geval, een eenmalige gedraging of een handeling van korte duur. In dat geval wordt de ontheffing zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en bekendgemaakt.
4. Het college kan een ontheffing wijzigen of intrekken:
a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
c. indien de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d. indien van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een naar het oordeel van het college redelijke termijn;
e. indien de houder dit verzoekt.