1. Het bestuursorgaan weigert in elk geval een aanvraag of gaat over tot intrekking van de beschikking op grond van de wet, indien sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.
2. Het bestuursorgaan kan de aanvraag weigeren dan wel de beschikking intrekken, indien sprake is van een mindere mate van gevaar die niet kan worden geweerd door het stellen van aanvullende voorwaarden en indien bovendien de gevolgen van deze weigering niet onevenredig zijn in verhouding met de met het besluit te dienen doelen.
3. Indien het bestuursorgaan voornemens is de aanvraag te weigeren of de beschikking in te trekken op grond van de wet wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijzen in te brengen.