Naar hoofdinhoud
1. De commissie brengt haar in artikel 1 bedoelde opvattingen uit op basis van de namen eventuele verdere gegevens die de Commissaris van de Koningin haar verstrekt en op basis van mondelinge en schriftelijke informatie die de door haar ontvangen kandidaten haar geven, zulks na weging van een en ander. 2. De commissie kan de Commissaris van de Koningin vragen in de gelegenheid te worden gesteld de op schrift gestelde opvattingen mondeling toe te lichten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel