Naar hoofdinhoud
1.De commissie brengt schriftelijk verslag uit van haar bevindingen aan de raad en de Commissaris van de Koningin, tezamen met een voorstel tot aanwijzing van twee benoembare kandidaten, die het object van het referendum zullen vormen. 2. De commissie vermeldt in haar rapport van bevindingen ten aanzien van iedere kandidaat de motieven die tot haar oordeel hebben geleid en geeft, met uitzondering van de aanwijzing van de twee benoembare kandidaten, als bedoeld in het eerste lid, een beredeneerde volgorde van de kandidaten aan. 3. De raad stelt op voorstel van de commissie het object van het referendum vast. 4. De commissie draagt zorg voor een bestuurlijk ordentelijk verloop van het referendum, met inachtneming van het bepaalde in de verordening op het burgemeestersreferendum d.d. 12 december 2001. 5. Nadat de uitslag van het referendum is vastgesteld, stelt de raad op  voorstel van de commissie de aanbeveling inzake de benoeming vast en zendt deze aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De aanbeveling is openbaar.

Rechtspraak bij dit artikel