Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. RW 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990; b. wet: Wegenverkeerswet 1994; c. motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; d. gehandicaptenvoertuigen: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is; e. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen; f. gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats aangeduid met bord E6 uit bijlage 1 van het RW 1990 waar uitsluitend mag worden geparkeerd door: a. een gehandicaptenvoertuig b. een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht of c. indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig; g. bestuurder: degene die het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig bestuurt; h. GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst; i. het college: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Vlaardingen.

Rechtspraak bij dit artikel