Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Passagiers

Onderdeel van Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

1. Passagiers van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of een gehandicaptenvoertuig komen in beginsel niet in aanmerking voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats. 2. Het college kan besluiten een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats toe te wijzen indien: a. de passagier in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart waaruit blijkt dat —door onafhankelijk medisch onderzoek door de GGD- is vastgesteld dat hij ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking heeft van langdurige aard, waardoor hij — met gebruikelijke Ioophulpmiddelen — in redelijkheid niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen; b. het uit oogpunt van verkeersveiligheid en de doorstroming van verkeer niet mogelijk is dat de bestuurder van het motorvoertuig in de directe omgeving van de woning van de gehandicapte passagier stopt om deze te ondersteunen bij het in- en uitstappen en zo nodig te begeleiden naar zijn woning.

Rechtspraak bij dit artikel