Het college kan het besluit tot het aanleggen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats in ieder geval intrekken:
a. indien degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen verhuisd is;
b. indien degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen niet meer in het bezit van een auto is;
c. na overlijden van degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen;
d. indien de parkeerplaats is toegewezen op grond van door de aanvrager onjuist verschafte gegevens en de parkeerplaats niet zou zijn toegewezen indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest;
e. indien degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen niet meer voldoet aan de gestelde medische criteria en daardoor geen recht meer heeft op een gehandicaptenparkeerkaart.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Intrekkinggronden
Onderdeel van Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats