1. Het aanleggen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats geschiedt door middel van het nemen van een verkeersbesluit, zoals genoemd in artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
2. Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt gerealiseerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het RW 1990 met onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig van de aanvrager of, ingeval van passagier, van de huisgenoot van de aanvrager. Het parkeervak wordt gemarkeerd met een kruis.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.7
Aanleg gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats
Onderdeel van Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats