- De ligplaats moet nautisch en operationeel voldoende veiligheid
bieden. Daarbij moet te allen tijde aan boord van het tankschip
voldoende bemanningsleden aanwezig zijn die in staat zijn om het schip
onmiddellijk te kunnen verhalen (zie HV 1998, artikel 2.3).
- De ladingtanks van het tankschip moeten voldoen aan het
volgende:
1. leeg en gasvrij (normen i.o.m. het Arbeidsomstandighedenreglement)
en / of
2. leeg en geinertiseerd (normen SOLAS of
Arbeidsomstandighedenreglement) en / of
3. geheel of gedeeltelijk gevuld met water waarbij zich op het water
geen brandbare of giftige stoffen bevonden en / of
4. geheel of gedeeltelijk gevuld met restanten of mengsels van
schadelijke vloeistoffen (stops) voor zover deze restanten of mengsels
loosbaar zijn op zee en de ruimte boven de restanten of mengsels gasvrij
is danwel is opgevuld met inertgas en / of
5. geheel of gedeeltelijk gevuld zijn met gevaarlijke stoffen waarvan
het vlampunt ten minste
15 graden Celsius hoger is dan de hoogst mogelijke omgevingstemperatuur
gedurende de gehele (verwachte) periode dat het tankschip buiten een
petroleumhaven ligt;
6. indien het een gastanker met druktanks betreft, die leeg danwel vrij
leeg zijn, moet de conditie van de ladingtanks ruim boven de bovenste
explosiegrens worden gehouden (‘overrijke conditie’); in deze conditie
mag het zuurstofpercentage in de tank niet hoger zijn dan 2 vol.%. De
condities genoemd onder 1 t/m 4 alsmede bij de hierna genoemde
specifieke criteria moeten dagelijks worden gecontroleerd door een
erkend gasdeskundige; de condities genoemd onder 5 en 6 tweemaal daags.
De meetgegevens moeten, na meting, door een gasdeskundige onmiddellijk
worden doorgegeven aan de afdeling Schadelijke en Gevaarlijke Stoffen
(SGS) van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. De kennisgeving mag
geschieden per telefoon (010- 425 1455) of marifoon (kanaal 14). N.B.
Andere ruimten dan de ladingtanks van een tankschip, die liggen binnen
de ladingzone van dat schip, zoals kofferdammen, zijtanks en dubbele
bodemtanks, moeten schoon, droog en gasvrij zijn danwel, indien zij
(gedeeltelijk) gevuld zijn mogen zich daar geen brandbare vloeistoffen
met een vlampunt van lager dan 61 graden Celsius of giftige vloeistoffen
bevinden.- De ligplaats moet nautisch en operationeel voldoende
veiligheid bieden. Daarbij moet te allen tijde aan boord van het
tankschip voldoende bemanningsleden aanwezig zijn die in staat zijn om
het schip onmiddellijk te kunnen verhalen (zie HV 1998, artikel
2.3).
- De ladingtanks van het tankschip moeten voldoen aan het
volgende:
1. leeg en gasvrij (normen i.o.m. het Arbeidsomstandighedenreglement)
en / of
2. leeg en geinertiseerd (normen SOLAS of
Arbeidsomstandighedenreglement) en / of
3. geheel of gedeeltelijk gevuld met water waarbij zich op het water
geen brandbare of giftige stoffen bevonden en / of
4. geheel of gedeeltelijk gevuld met restanten of mengsels van
schadelijke vloeistoffen (stops) voor zover deze restanten of mengsels
loosbaar zijn op zee en de ruimte boven de restanten of mengsels gasvrij
is danwel is opgevuld met inertgas en / of
5. geheel of gedeeltelijk gevuld zijn met gevaarlijke stoffen waarvan
het vlampunt ten minste
15 graden Celsius hoger is dan de hoogst mogelijke omgevingstemperatuur
gedurende de gehele (verwachte) periode dat het tankschip buiten een
petroleumhaven ligt;
6. indien het een gastanker met druktanks betreft, die leeg danwel vrij
leeg zijn, moet de conditie van de ladingtanks ruim boven de bovenste
explosiegrens worden gehouden (‘overrijke conditie’); in deze conditie
mag het zuurstofpercentage in de tank niet hoger zijn dan 2 vol.%.
De condities genoemd onder 1 t/m 4 alsmede bij de hierna genoemde
specifieke criteria moeten dagelijks worden gecontroleerd door een
erkend gasdeskundige; de condities genoemd onder 5 en 6 tweemaal daags.
De meetgegevens moeten, na meting, door een gasdeskundige onmiddellijk
worden doorgegeven aan de afdeling Schadelijke en Gevaarlijke Stoffen
(SGS) van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. De kennisgeving mag
geschieden per telefoon (010- 425 1455) of marifoon (kanaal 14).
N.B. Andere ruimten dan de ladingtanks van een tankschip, die liggen
binnen de ladingzone van dat schip, zoals kofferdammen, zijtanks en
dubbele bodemtanks, moeten schoon, droog en gasvrij zijn danwel, indien
zij (gedeeltelijk) gevuld zijn mogen zich daar geen brandbare
vloeistoffen met een vlampunt van lager dan 61 graden Celsius of giftige
vloeistoffen bevinden.
Artikel I
Algemene criteria voor een ligplaats buiten een petroleumhaven, met inbegrip van ligging in een droogdok of op een helling.
Onderdeel van Beleidsregels voor het innemen van ligplaats door tankschepen bij Scheepsreparatiebedrijven