Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invoering van toeristenbelasting 2011

1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. vakantieonderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op: 3 personen indien het aantal slaapplaatsen 4 of minder bedraagt; 4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 4 bedraagt; b. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op: 2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 3,5 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie be¬draagt; c. mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3. 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen in overnacht wordt: a. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste drie maanden bepaald op 40; meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 50; meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 65; meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 80; b. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald op 365. 3. Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden.

Rechtspraak bij dit artikel