**1.** De burgemeester heeft, overeenkomstig artikel 151c van de
Gemeentewet, de bevoegdheid om, indien en voor zover dat in het
belang an de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te
besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een maximale periode
van vijf jaar ten behoeve van toezicht op een openbare plaats.
**2.** De burgemeester wijst de openbare plaats of plaatsen aan waar het
toezicht zal plaatsvinden.
**3.** De aanwezigheid van camera's als bedoeld in het eerste lid van dit
artikel is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die de
desbetreffende openbare plaats betreedt.
**4.** De camerabeelden worden uitsluitend bekeken en vastgelegd door een
daartoe geregistreerd en gecertificeerde toezichthouder.
**5.** De met de camera's gemaakte beelden mogen in het belang van de
handhaving van de openbare orde worden vastgelegd en ten hoogste
vier weken worden bewaard
**6.** De vastgelegde beelden, bedoeld in het vierde lid, worden aangemerkt
als een tijdelijk register in de zin van de Wet politieregisters.
Met inachtneming van de Wet politieregisters kunnen uit dat register
gegevens worden verstrekt ten behoeve van de opsporing van een
gepleegd strafbaar feit.