Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Plaatsing camera's

Onderdeel van Verordening cameratoezicht 2008

1. De burgemeester heeft, overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet, de bevoegdheid om, indien en voor zover dat in het belang an de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een maximale periode van vijf jaar ten behoeve van toezicht op een openbare plaats. 2. De burgemeester wijst de openbare plaats of plaatsen aan waar het toezicht zal plaatsvinden. 3. De aanwezigheid van camera's als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die de desbetreffende openbare plaats betreedt. 4. De camerabeelden worden uitsluitend bekeken en vastgelegd door een daartoe geregistreerd en gecertificeerde toezichthouder. 5. De met de camera's gemaakte beelden mogen in het belang van de handhaving van de openbare orde worden vastgelegd en ten hoogste vier weken worden bewaard 6. De vastgelegde beelden, bedoeld in het vierde lid, worden aangemerkt als een tijdelijk register in de zin van de Wet politieregisters. Met inachtneming van de Wet politieregisters kunnen uit dat register gegevens worden verstrekt ten behoeve van de opsporing van een gepleegd strafbaar feit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel