Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:12c

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Gennep 2010

1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften behoren dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijke bomenfonds. De compensatiebedragen voor herplantplichtige bomen die gestort worden in het bomenfonds mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van de uitbreiding en handhaving van de in de gemeente bestaande houtopstanden. 3. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 4. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt en dat indien gedurende de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, de vergunning niet van kracht wordt voordat op dat verzoek is beslist. 5. Een verleende kapvergunning vervalt, indien van de vergunning niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning volledig gebruik is gemaakt. 6. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht hieraan te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel