Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:58

Artikel 2:58

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Buren 2012 Inclusief wijziging 22 januari 2013

1. De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht te voorkomen dat die hond zich ontdoet van uitwerpselen op binnen de bebouwde kom gelegen openbare plaatsen, zoals bedoeld in artikel 1:1 onder a, en de buiten de bebouwde kom gelegen begraafplaatsen. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste lid niet geldt. 3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde verbod wordt opgeheven indien de eigenaar, houder of verzorger van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden opgeruimd. 4. De eigenaar, houder of verzorger van een hond is verplicht tijdens het verblijf met die hond op een plaats als bedoeld in het eerste lid, in het bezit te zijn van een zakje dat geschikt is voor de verwijdering van uitwerpselen. 5. Onder ruimen als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: het afvoeren van de uitwerpselen naar het huisperceel van degene als bedoeld in het eerste lid, alsmede het deponeren van de uitwerpselen in een hondenpoepbak of afvalbak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel