Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:11d

Bijzondere ontheffingsvoorschriften

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Buren 2012 Inclusief wijziging 22 januari 2013

1. Een ontheffing als bedoeld in artikel 4:11 a treedt in werking zoals is bepaald in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dat wil zeggen na zes weken na afgifte. 2. Het bevoegd gezag kan aan de ontheffing het voorschrift verbinden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant. 3. Indien een voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 4. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan aan de ontheffing het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds. 5. Het bevoegd gezag kan aan de ontheffing het voorschrift verbinden dat pas tot vellen van de houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan op het moment dat andere ontheffingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk zijn geworden en de feitelijke en financiële voortgang van die werken voldoende gewaarborgd is. 6. Het bevoegd gezag kan aan de ontheffing voorwaarden verbinden die verband houden met het broedseizoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel