Algemene afwegingscriteria
Elke aanvraag om omgevingsvergunning (artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 2 Wabo) dient te voldoen aan onderstaande algemene afwegingscriteria:
Er geen (milieu)belemmering plaatsvindt voor omliggende functies en bedrijven;
Er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefmilieu;
Er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid;
Er geen onevenredige verkeers- en parkeeroverlast voor de omgeving ontstaat;
Parkeren plaatsvindt op eigen terrein;
Geen buitenopslag plaatsvindt.
9.1 Voor mantelzorg geldt, bij de verlening van een vergunning, dat:
Mantelzorg, indien de noodzaak is aangetoond, plaats mag vinden in het hoofdgebouw met een maximum van 75m2;
Er sprake is en blijft van een gemeenschappelijke entree en één in- en uitrit;
Minimaal één directe, open verbinding tussen het hoofdgebouw en de mantelzorg aanwezig is;
Het gedeelte voor mantelzorg technisch en functioneel altijd weer bij de oorspronkelijke woning kan worden betrokken. Dit dient door middel van een eindsituatie op tekening aangegeven te worden;
Ingeval er geen ouder-kind relatie is, sprake is van een vastgestelde medische indicatie;
Indien is aangetoond dat geen gebruik gemaakt kan worden van het hoofdgebouw, mantelzorg in een bijgebouw kan plaatsvinden. De afstand tussen het hoofdgebouw en het bestaand bijgebouw mag maximaal 15 meter bedragen. Na afloop van de mantelzorg dienen alle functionele en technische voorzieningen verwijderd te worden;OFIndien is aangetoond dat geen gebruik gemaakt kan worden van het hoofdgebouw, mantelzorg in een daarvoor bestemde unit / portocabin mag plaatsvinden. Deze unit mag enkel geplaatst worden in het achtererfgebied, met een maximum oppervlakte van 60m2. De unit dient in elk geval een woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer te hebben. Bij beëindiging van de mantelzorg dient de unit verwijderd te worden;
Voor sub f van artikel 9.1 van deze beleidsregel geldt dat het bijgebouw binnen de bepalingen van het geldend bestemmingsplan moet blijven.
9.2 Voor Bed & Breakfast geldt, bij de verlening van een vergunning, dat:
Het een woning betreft, die bewoond blijft;
Geen groter vloeroppervlak dan 60m2 mag worden gebruikt;
Maximaal 3 slaapkamers, ten behoeve van maximaal 6 personen voor de Bed & Breakfast kunnen worden ingericht;
Indien is aangetoond dat de Bed & Breakfast niet gerealiseerd kan worden in de woning, gebruik gemaakt kan worden van een aangebouwd gebouw, mits geen grotere afstand dan 10 meter wordt overbrugd;
Dat deze niet functioneert als een zelfstandige woning.
9.3 Voor aan huis gebonden beroep of bedrijf geldt, bij de verlening van een vergunning, dat:
Maximaal 40% van het vloeroppervlak van alle bestaande gebouwen, met een maximum van 50m2 mag worden gebruikt;
Het onbebouwde deel van het perceel van het bestemmingsvlak niet wordt gebruikt voor de beoogde activiteit, met uitzonderingen van parkeervoorzieningen die zijn afgestemd op de activiteit;
Degene die de activiteiten uitvoert, moet de bewoner van de woning zijn;
Geen detailhandel plaatsvindt, tenzij het als ondergeschikte activiteit van het bedrijf of beroep plaatsvindt of het detailhandel betreft in de vorm van een webwinkel.
9.4 Voor het gebruiken van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten en voor zover deze activiteiten niet eerder zijn genoemd in artikel 9 van de beleidsregel ‘’Bestemmingsplanafwijkingen’’, geldt, bij de verlening van een vergunning, dat:
De oppervlakte niet meer bedraagt dan 1500m2;
Vestiging van horecagelegenheden op een bedrijventerrein niet zijn toegestaan;
Vestiging van detailhandelsdoeleinden op een bedrijventerrein niet zijn toegestaan, met uitzondering van vormen van detailhandel genoemd in het geldend bestemmingsplan;
Het gebruik als seksinrichting, escortbureau, sekswinkel en prostitutiebedrijf niet is toegestaan.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Gebruik van bouwwerken, binnen de bebouwde kom
Onderdeel van Beleidsregel bestemmingsplanafwijkingen